woensdag 6 januari 2010

Einde 2009

Het einde van 2009 heb ik in Normandië, niet ver van Dieppe, doorgebracht. We hadden een huisje gehuurd. De eigenaar begon meteen over zelfgemaakte ciders en calvados te reppen. Sterker nog, er stond een kruik calvados van mans hand in het huisje. Dat is natuurlijk stukken beter dan één of andere welkomst bonbon op je kussen. Of een bijbel.
Mijn dag kon dus al niet meer stuk. Bovendien raadde hij ons zijn goede vriend de slager van St. Saëns aan, zoveel beter dan de supermarkt etcetera. Later in de week hebben we inderdaad, met vele anderen, want de rij was steeds gigantisch, prachtig vlees bij -nu ook onze vriend- gekocht.

Maar de slager was de eerste dag nog dicht, dus wij togen naar de supermarkt. Zwager J. was al sinds kerst aan het praten over kapoenen. Ja, J. heeft dan gewoon drie dagen maar één onderwerp. Kapoen. Er moest en zou met kerst 2010 kapoen gegeten worden, want opeens herinnerde hij zich dat weer als een der lekkerste zaken die hij ooit verorberd had. We hadden wel Google nodig om uit te vinden wat een kapoen was.

Een gecastreerde haan. Broer van de poularde, een onvruchtbaar gemaakte hen. Beiden worden door hormoonhuishoudingwisseling groter en vetter dan hun gierende soortgenoten, en daardoor dus fluweliger van smaak.

Aangekomen in de vrij kleine Carrefour te St. Saëns, lopen we door een slechte groenteafdeling en komen alras bij de inpandige supermarktslager. Mijn oog valt op een hoek in de vitrine. Chapon en poularde. Ze liggen er allebei.
Komt het doordat je al met iets bezig bent dat het je opvalt? Hoe zit dat toch? Ik kan me niet herinneren ooit eerder een chapon in een Franse supermarkt te hebben zien liggen.

We hebben hem trouwens niet gekocht, dag van aankomst, het was al laat en zo'n beest van 2,5 kilo moet een paar uurtjes.

We rommelen zo'n beetje door in onze Franse behuizing. Bezoeken Dieppe en verbazen ons over stalletjes aan de haven waar ze bergen met St. Jacobsschelpen aan het openen en verkopen zijn. We kopen in de een prachtig messenwinkeltje allen een passende Opinel. Grote L. een 12, zwager J. een 10, en verder lieg ik, want wij hadden al Opinellen maatje 8.

Op donderdag was het oudjaar en tevens markt te St. Saëns. Op het eerste gezicht de bekende kramen met lelijke neplederen jassen. De kraam met de schorten. En dan is daar opeens een gevogelteboerin. Met ganzen, eenden, kippen en jawel: poulardes en kapoenen. Koppen er nog aan. Die was snel gekocht. Wij gingen het oude jaar met een kapoen vieren.

Nog een stal verder: de boer avec ses fromages. Neufchatel is daarvandaan, ligt op 10 kilometer. Weer wat verder een dame met boerenboter in de kofferbak. Een meneer met kisten oesters en St. Jacobsschelpen. Een meneer met seizoensgroenten: mâche (soort stevige veldsla), ui, wortel, aardappel en groene kool. Geen frutsels en fratsels dus.

Kortom, wij waren blij en gelukkig en hoefden nog slechts nare alcohol te gaan kopen na ons bezoekje aan de markt. O ja, er was ook nog een geweldige bakker, met lang gerezen brood. Overigens in Dieppe is ook zo'n geweldige bakker.

Dus eigenlijk alles waar je in Nederland voor naar hele nare boerenmarkten moet, waar hele nare nuf grachtengordels voordringen en waar je heel erg veel moet betalen, dat lijkt te St. Saëns nog allemaal heel gewoon te zijn. En de Franse mevrouwen, die weten veel beter dan wij wat ze met zo'n kapoen of gans aanmoeten. Bij de slager ook. Zit ik op een koksopleiding, maar ik weet niet een kwart van wat die mevrouwen daar weten.

In Rouen ben ik nog even een patisserie benodigdheden winkel ingelopen. (gereedschap dus, maar ook al gebakken barquettes etcetera van korstdeeg). Daar stond iedereen geweldig gezellig te babbelen over parfaits en gallantines en pâtes brisées. Twee dames achter de toonbank met enorme kennis van zaken, maar voor de toonbank dus ook. Alsof al die vrouwen naar de Cordon Bleu kookschool zijn geweest en alles weten van de klassieke Franse keuken. Ook dat is me in Frankrijk nooit eerder opgevallen. Ik heb er toch jaren gewoond. Zou het de streek zijn? Of ligt het weer aan het feit dat dat je opvalt waar je zelf mee bezig bent?

We hebben wel bedacht dat het niet zo raar is dat Parijs een culinaire stad is geweest door de eeuwen heen. Met Bretagne en Normandië als voortuintje. Alles is er werkelijk. Groenten, vlees, vis, kazen. Lekkere room en heerlijke boter. Je gooit het in de Seine in een platte schuit en je zeilt met een westenwindje naar Parijs toe....

Of was het niet zo simpel?

O, ja, en ik heb een everzwijn aangereden. In het donker, het sneeuwde. Zachtjes, maar wel raak. Hij rende door.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten